De geschiedenis

De 46-meter (lengte over alles) lange tweemast schoener "Noorderlicht" is oorspronkelijk gebouwd als lichtschip in de Oostzee.

Op 2 juli 1910 kreeg het schip een vaste ankerplaats vlakbij Flensburg. Haar naam was ‘Kalkgrund’, genoemd naar de ondiepte waar het schip voor anker lag. In 1925 veranderde de naam in ‘Flensburg’. Oorspronkelijk is het schip getuigd als driemastschoener. De voorste en achterste mast waren uitgerust met een licht. Het schip had geen motor. Van 1 oktober tot 1 april werden de zeilen aangeslagen om in geval van nood weg tActive Imagee kunnen zeilen. Een kleine motorinstallatie produceerde perslucht voor de misthoorn.

De bemanning bestond uit 15 man. Zij werkten in een schema van 6 weken op, 6 weken af. Omdat het schip ook beloodsing van schepen deed, werkten de loodsen zowel in hun eigen functie als in functie van dekbemanning. Over een kapitein die dienst deed op de ‘Flensburg’ werd het volgende bericht: “Bij zwaar weer werd de ‘ouwe’ zeeziek, ging in zijn kooi liggen en schreef gedichten!”

Ook deed dit verhaal over een storm de ronde: “We hadden een jonge kapitein, hij was bang en liet tegen mijn advies het tweede boeganker uitbrengen. Natuurlijk raakten de kettingen onklaar!”

In 1940 werd de middelste mast, 27 meter hoog, eraf gehaald. Er kwam een dekhuis voor in de plaats.Een jaar later dreef de ‘Flensburg’ met ketting en anker in het ijs tot aanNeukirchen. Het schip lag vast, de scheepstimmerman timmerde een slede, waarmee kolen en proviand van land gehaald konden worden.

De ijsvorming was het grootste probleem.In de koude tijd moest elke dag 2 man ijskloppen. In de loop der jaren werd de boegspriet tweemaal korter gemaakt omijsvorming tegen te gaan, die in de winter1946/47 bij tijd en wijle een gewicht van 5 ton bereikte.

Op 12 juni 1963 werd het lichtschip buiten dienst gesteld. De vuurtoren ‘Kalkgrund’ nam de functie over. Het schip werd naar Kiel gesleept. Aansluitend deed het schip enige jaren dienst als woonschip voor arbeiders in Flensburg.

De Zeilvereniging ‘MöltenorterSegelkameradschaft’ toonde interesse in de ‘Flensburg’.

Voor het bedrag van 16 000 DM kochten zij de ‘Flensburg’aan, oorspronkelijk was zij voor 184 000 Goldmark gebouwd. Het deed nu dienst als clubhuis voor de zeilvereniging. Elk verenigingslid kreeg een stukje van het schip onder zijn hoede en moest hieraan het onderhoud plegen. Door onenigheid binnen de zeilvereniging werd besloten de 'Flensburg’ naar Nederland te verkopen.

In 1992 werd de inmiddels geheel gestripte en roestige romp door de huidige eigenaren, Ted van Broeckhuysen en Gert Ritzema, in Friesland ontdekt. Gecharmeerd door haar mooie lijnen besloten zij de romp voor een bedrag van 180 000 gulden te kopen. In een tijdsbestek van twee en een half jaar bouwden zij deze romp uit tot de tweemaster ‘Noorderlicht’. De oude bolders werden teruggeplaatst op de nieuwe dekken om zo de historie van het schip mee te dragen in een nieuw tijdperk.

Voor de zomermaanden werd Spitsbergen als bestemming gekozen en in de winter voer het schip naar de zonnige Canarische Eilanden en Azoren. In 2003 werden er plannen gemaakt om in de herfstmaanden het schip in te zetten in noord Noorwegen, om de daar aanwezige orca’s te bekijken. In 2004 werden de eigenaren benaderd door een noorse reisorganisatie met het verzoek de ’Noorderlicht in de winter in te vriezen in een fjord op Spitsbergen. Deze uitdaging werd aangenomen en na een aantal noodzakelijke veranderingen voor de extreme koude weersomstandigheden werd het schip ingevroren in het ijs van Tempelfjorden. Zo werden de warme oorden een mooie herinnering in de geschiedenis van de”Noorderlicht’en verblijft zij sindsdien het gehele jaar in het hoge noorden.

leeg3TT.png
louk.png